Twee voorbeeldverhalen

Hieronder staan twee complete verhalen, inclusief de Samen Praten-vragen. Sanne en Joep zijn verzonnen namen. In een echt verhaal staat de naam van het kind zelf.

Tussen de alinea’s staan ‘Samen Praten’-vragen. Die horen bij het verhaal en zijn bedoeld om hardop te stellen tijdens het voorlezen.

Sanne en het Lampje van de Diepzee

Voor Sanne4-7 jaar5 min • Rustig

Sanne lag in haar bed. Haar deken was warm en zacht. Buiten was het stil. Door het raam scheen de maan. Op haar dekbed lag een klein blauw schelpje. Sanne pakte het op. Het schelpje was koel in haar hand. De randjes voelden een beetje ruw. Ze hield het tegen haar oor. Ze hoorde de zee. Ruis. Ruis. Heel zachtjes.

Toen werd haar bed een boot. Een kleine houten boot. De boot wiegde heen en weer. Heen. En weer. Het water rook naar zout. Het rook ook een beetje zoet. Sanne stak haar hand in het water. Het water was koel. Het kietelde tussen haar vingers.

💬Samen Praten

Hoe zou dat water voelen aan jouw hand? Koud, of juist lekker?

Tip:

Zintuiglijke vraag. Je kind zoekt zelf een woord voor een gevoel.

De boot zakte langzaam naar beneden. Sanne zakte mee. Ze kon hier gewoon ademen. Dat mocht in dit verhaal. Om haar heen werd alles blauw. Eerst licht blauw. Toen donker blauw. Het water was koel op haar armen. Het was rustig. Het was helemaal niet eng.

Er kwam een schildpad aan. Hij heette Bram. Bram was oud en traag. Zijn schild voelde als een gladde steen. Dag Sanne, zei Bram. Kom je mee? Ik breng je naar het lampje. Sanne hield zich vast aan zijn schild. Samen zwommen ze verder.

Onder hen wuifde het zeegras. Het kietelde langs haar tenen. Kleine visjes zwommen mee. Ze waren geel en zilver. Ze maakten geen enkel geluid. Ze fonkelden alleen maar. Het waren net kleine sterren in het water.

Ze zwommen door een tuin van koraal. Het koraal was roze en oranje. Sommige takken waren hard als steen. Andere takken waren zacht als wol. Sanne aaide er eentje. Het takje trok zich terug. Even later kwam het weer tevoorschijn. Bram moest lachen. Dat kietelt hem, zei Bram.

💬Samen Praten

Zou jij het harde koraal aaien, of juist het zachte?

Tip:

Een kleine keuze. Je kind mag zelf iets kiezen zonder goed of fout.

Helemaal onderin was het donker. Maar niet zwart. In het donker hing een klein lampje. Het lampje was een visje. Het visje heette Pip. Pip gloeide zachtjes oranje. Als een kaarsje onder water. Ik schijn hier elke nacht, zei Pip. Zo kan niemand verdwalen.

Kom maar eens kijken, zei Pip. Hij scheen op een rij kleine holletjes. In elk holletje sliep een dier. Een krab met zijn scharen naar binnen. Een zeepaardje met zijn staart om een sprietje. Een platvis onder een dun laagje zand. Iedereen had zijn eigen plekje. Net als Sanne thuis.

💬Samen Praten

Elk dier heeft een eigen plekje. Waar lig jij het liefst?

Tip:

Brengt de aandacht terug naar het eigen bed en het eigen huis.

Sanne ging zitten op een groot kussen van mos. Het mos was warm en een beetje veerkrachtig. Pip zwom rondjes boven haar hoofd. Een rondje. En nog een rondje. Het licht ging steeds mee. Heen. En weer. Net als de boot.

Bram legde zijn kop op zijn poten. De visjes werden stil. Het zeegras wuifde nog een keer. Toen stond ook het zeegras stil. Het water bewoog bijna niet meer. Pip maakte zijn licht een beetje kleiner. En nog een beetje kleiner.

Sanne gaapte. Ze deed haar ogen dicht. Ze voelde haar deken weer. Warm en zacht. Het schelpje lag naast haar op het kussen. Het ruiste nog heel zachtjes. Ruis. Ruis. Sanne viel in een diepe, rustige slaap. En wat ze morgen in de diepzee gaat vinden? Dat is een avontuur voor de volgende keer.

Joep en de Maan

Voor Joep2-4 jaar5 min • Rustig

Joep ligt in bed. Zijn deken is warm. Zijn beer ligt naast hem. Het is stil in huis. Buiten schijnt de maan. De maan schijnt zacht.

De maan kijkt naar Joep. De maan lacht een beetje. Joep lacht terug. Zijn bed wordt een wolk. De wolk is wit. De wolk is zacht. Joep zit op de wolk.

💬Samen Praten

Zie jij de maan ook? Wijs maar aan.

Tip:

Peuters doen graag mee door te wijzen. Zo wordt het verhaal van je kind.

De wolk gaat omhoog. Heel langzaam. Joep voelt de wind. De wind is koel. De wind kietelt zijn wangen. Joep houdt zijn beer vast. De beer is warm.

Daar is de maan. De maan is groot. De maan is rond. De maan voelt als zand. Warm zand. Joep zit in het zand. Het zand is zacht.

Er liggen kleine sterren. De sterren zijn geel. Ze liggen in het zand. Joep pakt een ster. De ster is glad. De ster is warm. Joep legt hem terug.

💬Samen Praten

Welke kleur heeft de ster?

Tip:

Kleuren benoemen is op deze leeftijd nog nieuw. Herhaal het antwoord rustig.

De wolk wacht op Joep. De wolk ligt heel stil. Joep kijkt naar beneden. Daar is een klein lichtje. Dat is zijn eigen huis. Het lichtje is geel. Joep zwaait naar het lichtje.

Op de maan is het stil. Joep hoort zijn eigen adem. In. En uit. Hij hoort zijn beer niet. Beren maken geen geluid. Joep aait zijn beer.

Een klein wolkje komt langs. Het wolkje is zacht. Het ruikt naar melk. Het ruikt een beetje zoet. Joep aait het wolkje. Het wolkje blijft even liggen.

💬Samen Praten

Voel jij je deken ook? Is die zacht?

Tip:

Brengt de aandacht terug naar het eigen bed.

De sterren worden stil. De wind wordt stil. Het wolkje slaapt al. De beer doet zijn ogen dicht. De maan schijnt zacht.

Joep gaapt. Hij gaat liggen. Het zand is warm. Zijn beer ligt tegen hem aan. Joep doet zijn ogen dicht.

Joep slaapt. Hij slaapt diep en rustig. Zijn deken is weer warm. De maan kijkt nog even. Dan wordt het stil. En morgen? Morgen mag Joep weer terug. Dat is voor de volgende keer.

homeHomeexploreThema'slibrary_booksMijn BoekensettingsInstellingen